shim

Trajectbegeleiding

Eureka! biedt begeleiding bij het gehele traject dat een kind met ouders en school doorloopt vanaf het moment dat signalen van hoogbegaafdheid worden opgemerkt, tot het moment dat kind, ouders en school hun weg hebben gevonden binnen de consequenties en mogelijkheden van meer- of hoogbegaafdheid.
 
Trajectbegeleiding omvat de volgende fases:
  1. Bij het vermoeden van hoogbegaafdheid bij een kind (gesignaleerd door ouders of school) kunnen de ouders of de IB-er contact opnemen met Eureka!. (altijd na overleg met elkaar).
Dat is de start van het traject.
  1. De trajectbegeleider van Eureka! voert een kennismakingsgesprek met de leerling en/of er vindt een observatie in de klas plaats.
  2. Het kind wordt desgewenst op school doorgetoetst. Hiervoor worden de toetsen van het CITO LVS gebruikt. Wanneer de leerling minimaal een halfjaar vooruit loopt op de lesstof die op dat moment aangeboden wordt, vult de leerkracht een signaleringslijst (SiDi R of DHH) in. De trajectbegeleider voert naar aanleiding van deze lijsten een gesprek met de leerkracht en/of IB-er en de ouders.
  3. Als tijdens bovenstaande stappen het vermoeden van hoogbegaafdheid is bevestigd, vindt intelligentieonderzoek plaats
  4. Wanneer blijkt dat het kind inderdaad hoogbegaafd is (IQ≥130) kan het deelnemen aan de verrijkingsklas.

ad 1 Signaleren en aanmelden

Ouders of IB-er melden het kind, na overleg met elkaar, aan bij Eureka!-trajectbegeleiding.
Signalen van (hoog)begaafdheid moeten zijn opgemerkt door de ouders, de eigen leerkracht, een andere leerkracht of anderen binnen en/of buiten de school.
Hieronder vindt u een aantal signalen die wijzen op hoogbegaafdheid (bron: Attent op Talent, E. van Gerven, Uitg. Lemma 2004)
Ook voor hoogbegaafde leerlingen geldt dat elk kind uniek is, dus niet elk signaal hoort bij elk kind en het herkennen van een aantal signalen betekent niet automatisch dat het kind hoogbegaafd is.

 Signalen van een hoge intelligentie

  • Is leergierig, wat blijkt uit brede en/of diepgaande interesses.
  • Begrijpt veel dingen snel (met weinig uitleg) en goed.
  • Heeft snel regels en principes, overeenkomsten en verschillen door.
  • Heeft scherpzinnig oordeelsvermogen en weet veel uit boeken en films te halen.
  • Leert gemakkelijk, kan soms leerstappen overslaan.
  • Heeft weinig herhaling nodig en leert van eigen fouten.
  • Past kennis in nieuwe situaties toe.
  • Heeft een hekel aan routinematig werk en herhalingsopdrachten.
  • Heeft ruime woordenschat.
  • Heeft goed geheugen.

Signalen van creatief denken

  • Neemt op scherpzinnige manier waar.
  • Toont over een brede belangstelling te beschikken, kan over veel dingen meepraten.
  • Staat kritisch tegenover beweringen.
  • Wil alles weten en is volhardend in het doorvragen, stelt waarom-vragen.
  • Ziet verbanden die de meeste kinderen niet zien.
  • Wordt geboeid door complexe opgaven.
  • Heeft apart gevoel voor humor.
  • Is geboeid door moeilijke en/of ongewone onderwerpen
  • Stelt vragen die dieper of verder gaan dan de gewone lesstof, zoekt zelf informatie op.
  • Houdt van filosofische en diepgaande gesprekken. 

Signalen van taakgerichtheid

  • Zet zich in om een bepaald ideaal na te streven.
  • Heeft interesse voor de uitleg en de oplossingswijze van een probleem.
  • Begint regelmatig uit eigen interesse aan een taak of probleem en werkt dan intensief en met goed resultaat.
  • Zet zich in om een goed resultaat te halen.
  • Kan lang en geconcentreerd aan een taak blijven werken.
  • Luistert aandachtig als de leerkracht iets uitlegt of voordoet.
  • Werkt geconcentreerd aan een opdracht.
  • Staat kritisch ten opzichte van het geleverde werk.
  • Levert verzorgd werk af.
  • Kan zelfstandig doorwerken aan een opdracht.
  • Is altijd bezig en verveelt zich niet.
  • Toont doorzettingsvermogen

Het hierboven geschetste beeld – hoge intelligentie, creatieve denkstijl en innerlijke taakgerichtheid – geeft aan dat de belevingswereld van een (hoog)begaafd kind vele malen groter is dan de wereld die de school doorgaans aanbiedt. Deze discrepantie maakt het signaleren op schoolniveau niet altijd even gemakkelijk. Het verschil tussen hoe een intelligent kind zich uit en de uitingsvormen van een (hoog)begaafd kind wordt ook nog eens duidelijk in de lijst van Irvine (2000).

Intelligente leerling
(Hoog)begaafde leerling
Kent de antwoorden
Heeft altijd vragen
Is ervaren in het van buiten leren
Is een groot gisser (probeert af te leiden uit de context)
Is geïnteresseerd in objecten
Is een zeer nieuwsgierige onderzoeker
Is gefocust en oplettend in de klas
Is diep mentaal en fysiek betrokken, soms afwezig hierdoor wegdromend
Houdt van simpele logica
Drijft op complexiteit
Houdt van woorden
Gebruikt ongewoon complexe vocabulaire
Heeft goede ideeën
Heeft flitsende, gekke, onnozele en vreemde ideeën
Werkt hard
Hangt wat rond en probeert uit / test uit
Beantwoordt de vragen
Discussieert in detail, is kritisch, bewerkt stellingen
Presteert bovengemiddeld in de klas
Kan bovengemiddeld, maar ook gemiddeld of beneden-gemiddeld presteren
Hoort bij de top van de groep
Is vaak een eenling
Luistert met interesse
Laat sterke gevoelens en opinies zien
Leert gemakkelijk
Weet het vaak al
Heeft 6 à 8 herhalingen nodig voor meesterschap
Heeft 1 à 2 herhalingen nodig voor meesterschap
Begrijpt ideeën
Ontwikkelt en bewerkt ideeën
Geniet van leeftijdgenoten
Prefereert vaak ouder gezelschap
Begrijpt de bedoeling of betekenis
Onderzoekt de toepassingen
Maakt zijn werk af
Start projecten
Kopieert nauwkeurig
Creëert nieuwe projecten
Houdt van school
Geniet van leren
Technicus
Uitvinder
Is tevreden over eigen leren/kunnen
Is hoogst zelfkritisch

Ad. 2 Doortoetsen

De leerkracht of IB-er toetst desgewenst door (zie stroomschema doortoetsen). De leerkracht vult de SIDI-R of de DHH in. Wanneer bovenstaande gegevensverzameling volledig is, wordt door de IB-er contact opgenomen met de trajectbegeleider en volgt een gesprek. Aansluitend volgt een gesprek tussen trajectbegeleider en de ouders.
 

Ad. 3 Intelligentieonderzoek

Wanneer gevoerde gesprekken daar aanleiding toe geven, wordt een (extern) diagnostisch onderzoek uitgevoerd, gefinancierd door INOS, om vast te stellen of er bij de gesignaleerde leerling werkelijk sprake is van hoogbegaafdheid.
De trajectbegeleider bespreekt de testresultaten met de ouders, voorts wordt besproken of en wanneer het kind aan de verrijkingsklas kan deelnemen (dit zal altijd zijn nadat de IB-er hiervan op de hoogte is gesteld).
 

Ad. 4 Deelname aan verrijkingsklas

De IB-er wordt door de trajectbegeleider op de hoogte gebracht van de uitkomsten van bovenstaand gesprek en/of de resultaten van het intelligentie-onderzoek. Ook wordt u geïnformeerd over eventuele deelname aan de verrijkingsklas. De IB-er geeft een en ander door aan de betrokken leerkracht (-en).
 
Het bovenstaande wordt schematisch nog eens weergegeven in het stroomschema trajectbegeleiding. U kunt hierin de opeenvolgende stappen doorlopen, het schema zorgt dat het juiste traject gevolgd wordt.

Neem voor vragen over trajectbegeleiding contact met ons op via: eureka_info@inos.nl

Gebruikerslogin

shim